Bolhoeden, Indianen & Inca’s

Wil je Bolivia en Peru combineren, veel zien en heb je een kleine 4 weken de tijd, dan is dit je ideale rondreis! Van de bolhoedjes van Bolivia en de indianen op het Titicacameer reis je naar de Inca ruïnes van Peru.

Deze individuele rondreis voert als het ware langs de "'slagaders" van Zuid-Amerika naar het hart van dit continent. Je begint rustig en laag: in een subtropische Boliviaanse vallei op 400 meter hoogte. Via Sucre naar Uyuni voor een 4WD jeeptocht. Je ziet er de mooiste landschappen: zoutmeren, heldere flamingolagunes, ruige Andestoppen, warmwaterbronnen en actieve vulkanen. Na een bezoek aan La Paz ga je langs de oevers van het Titicacameer en rijd je Peru in. Je maakt een boottocht op dit meer en logeert een nachtje bij een familie thuis. Tenslotte naar Cusco, de belangrijkste Incastad, waar je tijd hebt voor een bezoek aan de Heilige Vallei en de Inca ruïne Machu Picchu.

reisduur

 26 dagen / 25 nachten

 overnachtingen

 24 overnachtingen met ontbijt.
 voornamelijk 3 (zie overnachten)

reissom p.p.

€ 1595,- p.p. bij 2 personen

 inclusief

Vervoer en overnachtingen. Excursies: 3d/2n jeeptour Uyuni (volpension), Titicaca (Amantani: volpension), Inca Trail (volpension entree Machu P. (US$ 45 pp). Vluchten Santa Cruz - Sucre Cusco - Lima.

vervoer

Alle intercityreizen per vliegtuig, bus, trein of privé- auto, behalve Ollanta - Cusco. Transfers waar het nodig/handig is zoals omschreven.

 exclusief

Intercontinentale vlucht. Entree Isla de Pescad. (US$1 pp), Avaroa (US$ 4 pp) en (luchthaven) belastingen. Titicaca (Taguile: lunch) Overige maaltijden, transfers en excursies.
 

Dag 1 Vlucht Amsterdam - Santa Cruz (Bolivia)

In de loop van de avond vlieg je van Amsterdam naar Santa Cruz; een ideaal startpunt voor je reis omdat je zo op 400 meter hoogte begint en niet meteen in het op 4000 meter gelegen La Paz.
Wel is het wat omslachtig om vanuit Nederland in Bolivia te komen: je vliegt vanuit Amsterdam naar Lima met eventueel een overstap in de Verenigde Staten of Spanje en vanuit daar met een internationale vlucht door naar Santa Cruz. Aangezien dit bij elkaar opgeteld een lange reisdag is, raden wij aan om eerst minimaal twee nachten bij te komen in Santa Cruz/Samaipata.

Dag 2 Santa Cruz

In de loop van de dag kom je aan in Santa Cruz, de tweede stad van Bolivia. Het is een rustige, moderne plaats met een subtropisch klimaat. Je wordt in de aankomsthal van de luchthaven opgewacht en naar je hotel gebracht.

Na je lange vluchtreis heb je waarschijnlijk niet zo veel zin om wat te doen, dus we hebben vandaag alleen de overnachting voor je geregeld en laten je verder vrij.
Je slaapt in een prima middenklas hotel in het hart van het historische en commerciële centrum. Je kamer heeft een privé badkamer, airconditioning, tv, telefoon en minibar. Sommige kamers hebben ook een balkon. De eigenaar zorgt een vriendelijke, persoonlijke sfeer.
Als je toch graag de stad een beetje wilt verkennen, is dat makkelijk te voet te doen. Op de centrale Plaza staat een enorme kathedraal. Op korte afstand daarvan het Museo Etno Folklorico en het stadspark El Arenal. Op de Los Pozos markt kun je op zoek naar souvenirs. 's Avonds kun je heerlijk toeven op de schaduwrijke bankjes op een van de pleintjes.

Dag 3 Santa Cruz- Samaipata

De eerste dag van je trip door Bolivia begint rustig: binnen twee uur zit je al midden op het Boliviaanse platteland. Je verblijft in Samaipata, een gezellig dorp met veel mogelijkheden op een sfeervol landgoed (finca) van ongeveer zes hectare. De finca (eigenlijk een boerderij/tuinderij) ligt op 1650 meter hoogte en heeft een weids uitzicht op omliggende heuvels en valleien. Je kunt zo dus ook al een beetje wennen aan de hoogte.
Op het terrein van de finca vind je bloemen en groentetuinen waar inheemse bomen en planten groeien. Op de terrasakkers worden aromatische kruiden verbouwd die verwerkt worden tot medicinale mengsels, geurige theeën en keukenkruiden.

Veel kamers op de finca hebben een veranda en hangmat met een panoramisch uitzicht op de vallei. Probeer in het tuincafé een glas granaatappelsap, of een rabarber- of mangopannenkoek, heel bijzonder.

Dag 4 Samaipata, vrij verblijf

Vandaag ga je er zelf op uit. Je kunt in het dorp zelf blijven of de omgeving gaan verkennen: de receptie kan je meer informatie geven.
Samaipata zelf heeft een mooi plein en op de typisch Boliviaanse markt tref je vast wel leuke souvenirs. Buiten Samaipata zijn er 3 mogelijkheden, op één dag goed te doen: El Fuerte, een ceremoniële Pre-Inca ruïne op een afgelegen, schilderachtige plaats tussen de heuvels met bijzondere uitgehouwen tekens van slangen en puma's. Las Cuevas is een parkje in de buurt met drie watervallen waar je kunt zwemmen en dan is er nog het Amboro Nationale Park. Hier vind je 90 vogelsoorten waaronder kolibries, ara's en condors. Er zijn wandelpaden aangelegd door het park en je kunt aan lianen slingeren, op een boomtak lunchen, lopen door een varenbos of paardrijden door rivieren.

Dag 5 Samaipata - Santa Cruz – Sucre

Om je een rit van zestien uur over een hobbelige weg te besparen, word je vanochtend eerst weer teruggebracht naar Santa Cruz. Van hier vlieg je naar Sucre, de officieuze hoofdstad van Bolivia. Bij aankomst word je naar het hotel voor vanacht gebracht. Sucre voelt eigenlijk niet aan als een hoofdstad: het is een gezellige universiteitsstadje, ondanks de ouderwetse 'look' van de gebouwen, jeugdig en energiek. Het heeft een compact centrum met musea, een levendig centraal plein, souvenirwinkels en restaurantjes. Door de ligging op 2800 meter in een beschutte vallei heeft Sucre een heerlijk klimaat: het is er bijna altijd mooi weer. Zo ver van huis tref je ook een stukje Nederland: Gert, een hierheen geëmigreerde landgenoot heeft een barretje vlak bij het plein en is een bron van informatie. Je komt er vanzelf terecht.
Sucre, de Plaza Mayor

Dag 6 Sucre, vrij verblijf

Maak 's morgens eerst een wandeling door de stad: de belangrijkste bezienswaardigheden zijn prima te voet te bereiken. Kerken en kathedralen hebben "flexibele openingstijden" dus het kan zijn dat je voor een dichte deur staat zonder reden. Het textielmuseum en het kindermuseum 'Tanga Tanga' zijn de moeite waard en je kunt de heuvel oplopen en een bezoek brengen aan het Recoleta Franciscanenklooster. Een rondleiding brengt je naar serene binnenplaatsjes met tuintjes en kapelletjes en een 1400 jaar oude cederboom. Het klooster is trouwens mooi gelegen boven de stad.

Verder zijn wandelingen mogelijk van een halve of hele dag in de heuvelachtige omgeving van Sucre, onder andere naar enkele pre-Columbiaanse ruïnes. De bekendste dagelijkse excursie die vanuit Sucre vertrekt is de ''Dino Truck''. Deze tour met gids van ruim twee uurtjes lijkt heel commercieel en touristy maar is toch interessant. Je bezoekt een muur met voetafdrukken van dinosaurussen waarvan men gelooft dat ze tussen 60 en 85 biljoen jaar oud zijn.

Op een zondag in Sucre

Probeer je reis zo te plannen dat je op zondag in Sucre bent. Dan moet je de stad toch wat minder tijd geven want dan is het markt in Tarabuco: de meest authentieke markt van Zuid Amerika! Met de lokale bus (te reserveren bij de hotelreceptie), is het anderhalf uur rijden over een stoffige weg de binnenlanden in.
Indianen uit de omgeving komen in hun traditionele kleding hun waren aanbieden op de markt. Het is er druk, zoals op iedere markt, dus let wel een beetje op je spullen. Het aantal toeristen is nog beperkt en je westerse neus zal zeker opvallen. Als je een keus hebt kunnen maken uit de souvenirs, ga dan op een terrasje aan het plein zitten. Je ziet moeders met lange vlechten en kind op de rug, kinderen die verlegen vragen of je een gevlochten armbandje wil kopen, mannetjes gebukt onder grote rijst- of aardappelzakken en verkoopsters in vale rokken die bepakte ezels voorttrekken. Kortom, echt Bolivia.
Van Sucre naar Potosi

Dag 7 Sucre – Potosí

's Morgens vroeg word je opgehaald en krijg je een transfer van Sucre naar Potosí. Het uitzicht onderweg is prachtig, de weg is van goede kwaliteit en in de meeste bussen staat een gezellig Boliviaans muziekje op. Bij aankomst in Potosí, zo'n drie uur later, neem je zelf (heel makkelijk te regelen) een taxi naar je hotel in het centrum. Je kunt even wat eten bij het hotel en de rest van de middag ben je vrij.
Je verblijft in een residencia aan de rand van het centrum vlakbij de Cerro Rico berg. De sfeer is wat persoonlijker dan in een hotel en de ontvangst is er uitstekend. De kamers zijn onberispelijk en hebben allemaal dikke dekens op de bedden en verwarming: en die is nodig ook:
Potosí ligt op 4100 meter en is daarmee de hoogst gelegen grote stad ter wereld, hoger nog dan Lhasa in Tibet. De stad ontstond toen in 1545 ontdekt werd dat de Cerro Rico veel zilver bevatte. Inmiddels worden al vier eeuwen allerlei mineralen uit de berg gehaald. De stad staat helemaal in het teken van de mijn. Je hebt de middag om te acclimatiseren en rustig wat door de straatjes en marktjes rond te lopen. Er is niemand die je wat wil verkopen, het is een nog authentieke Boliviaanse stad.

Ben je niet claustrofobisch aangelegd dan ga je 's middags naar de mijnen van Cerro Rico. Kijk, voordat je gaat, eerst eens op de mijnwerkersmarkt, een speciaal wijkje waar je "gewone" mijnwerkersattributen kunt kopen als helmen, gaslampen, maar ook pure alcohol, cocabladeren en dynamiet (!).
De Cerro Rico is een coöperatieve mijn, waar bijna tienduizend mijnwerkers zwoegen. Ze zijn blij met cadeautjes van deze markt: met een bos bladeren achter je wang kun je harder werken en je honger stillen. In de mijn wordt onder ongelofelijk primitieve omstandigheden gewerkt, het lijken bijna de middeleeuwen. Je loopt door nauwe, donkere gangen, soms moet je kruipen of langs een touw klimmen. Onderweg zie je houten "El Tío's", een uitbeelding van de duivel die volgens de Bolivianen de heerser is over alle mineralen. Om hem tevreden te houden worden alcohol, coca en sigaretten geofferd en worden zijn horens met alcohol overgoten en in brand gestoken. Trek je oudste kleren aan. Er is geen ventilatie in de mijn.
El Tío, sneeuwpop of mijnduivel?

Dag 8 Potosi – Uyuni

Rond 11:00 uur ga je op eigen gelegenheid naar het busstation van Potosí voor de lokale bus naar Uyuni, een rit van zo'n zes uur. De bus stopt in de dorpjes onderweg en is gevuld met lokale bewoners die onderweg zijn naar het werk of naar school. De kwaliteit van de weg is een stuk minder dan het deel tussen Sucre en Potosí en omdat de bus niet hard gaat en steeds moet stoppen ben je lang onderweg. Neem wat proviand mee of sla wat in op de tussenstop in een piepklein dorpje.
Hoe meer naar het zuiden, hoe desolater het landschap en hoe meer je je bijna in de western van Butch Cassidy and the Sundance Kid voelt...
Tegen 17:00 uur nader je Uyuni. Van het uitzicht word je niet blij: komend uit Sucre en Potosí vol Boliviaanse sfeer is het hier vrij grauw en troosteloos op 3700 meter hoogte. Als je van het busstation naar je hotel bent gelopen (5 minuten, het is echt niet groot) kun je de rest van de dag vullen met: e-mail checken (dat dan vreemd genoeg weer wel), een wasje (laten) doen, je bagage verdelen in het stapeltje wat je meeneemt op de jeeptour voor morgen en de rest die je achterlaat, of een wandeling maken naar het treinenkerkhof buiten het dorp. Vooral tegen zonsondergang kun je er mooie foto's maken. Roestige locomotieven uit de jaren '20 steken fel af tegen een achtergrond van roodgele aarde en een strakblauwe lucht.
'sprankelend' Uyuni

Dag 9 Uyuni - San Juan

Na het ontbijt check je uit. Omdat je later weer terugkomt in je hotel in Uyuni, kun je er een deel van je bagage achterlaten. Rond 09:30 uur vertrek je in een 4WD met Spaanstalige chauffeur naar de zoutvlakte Salar de Uyuni. Eerst stop je bij Colchani, een dorp dat leeft van de zoutwinning. Dan is het nog een kwartier rijden voor je bij het zoutmeer aankomt.
De zoutvlakte is ontstaan door het opdrogen van een meer. De mineralen en zouten konden niet via een rivier naar de oceaan stromen en sloegen dus neer op de grond en vormden een immens witte, surrealistische vlakte van 12.000 km². Letterlijk oogverblindend ook: zonder petje én donkere zonnebril doet de felheid van de reflecterende zon op de witte ondergrond pijn aan je ogen!
Heb je je bril op, dan zijn in de verte de besneeuwde toppen van de Andes vulkanen zichtbaar. Na een uurtje rijden door het zoute niemandsland kom je aan bij je hotel in San Juan. Aan het eind van de ochtend rijd je verder naar een 'visserseiland' midden in de vlakte: Isla de las Pescadores. Het is volledig begroeid met gigantische cactussen. Vanaf dit ''eiland'' heb je een prachtig uitzicht op de natuur terwijl de gids op de grond een picknick voor je maakt.

Dag 10 San Juan - Laguna Colorada

De volgende dag reis je naar de Salar de Chiguana. Op deze zoutvlakte heb je een weids uitzicht op de met sneeuw bedekte Ollague, een actieve vulkaan net over de Chileense grens. Na een korte stop bij de grens, het checkpoint Chiguana, passeer je een aantal lagunes waar verschillende soorten flamingo's leven. Het blijft ongelofelijk dat die zo dunne vogels op deze hoogte in ijzige wind en kou kunnen overleven.

Na zo'n 70 kilometer bereik je de Arbol de Piedra, de Boom van Steen (zie hiernaast) die onderdeel is van het landschap waar de schilder Salvador Dalí inspiratie opdeed. Samen met nog een aantal andere uitgesleten rotsformaties is dit een goede lunchplek. Dan rijd je verder, dwars door de meest extreme landschappen van Zuid Bolivia, tot je rond 16:00 uur bij de gekleurde Laguna Colorada komt.
Het uitzicht op de lagune is een hoogtepunt van deze reis: roze flamingo's zoeken rustig in het dieprood gekleurde meer naar algen en plankton. Terwijl de zon langzaam zakt achter de bergen die het meer omringen komen een miljoen sterren te voorschijn aan de hemel. Koud is het wel: de mineraalrijke lagune ligt op 4300 m en de temperatuur daalt 's nachts tot onder het vriespunt en het waait ook nog eens flink. Het diner en de slaapzaal waar je met andere reizigers samen overnacht zijn heel eenvoudig: er is vaak geen stromend water en warm water is er al helemaal niet. Maar met zo'n mooi uitzicht zul je dat zeker voor lief nemen.

Dag 11 Laguna Verde - Laguna Blanca – Uyuni

Om 05:00 uur je bed uit om op tijd bij de geisers van Sol de Mañana (4850 m) te zijn. Snel de jeep in: in de vrieskou moet je niet treuzelen. Ondertussen zie je de zon langzaam boven het ''Mars'' landschap opkomen, heel apart.
De geisers van Sol de Mañana spuiten alleen van 's ochtends vroeg tot ca. 08:00 uur. De rest van de dag zie je alleen wat gepruttel en stoom, wel mooi maar natuurlijk niet zo indrukwekkend.

Wat verkleumd ga je ontbijten, want met een volle maag is het al minder koud. Gelukkig kun je ook nog lekker badderen in de thermale bronnen. Hoewel je nog op 4200 m zit, is daar een stuk minder koud en waait het ook minder. Je laat je zakken in het 30ºC warme water en al poedelend heb je uitzicht over kilometers vlaktes en ruige Andestoppen. Na een verkwikkend bad zul je het de rest van de dag niet meer koud hebben.
Na de badstop per jeep naar het uiterste zuiden van Bolivia. Rond 11.00 uur zit je al bijna op 5000 meter hoogte en vlak tegen de Chileense grens.

Laguna Verde, aan de voet van de vulkaan Licancabur is letterlijk en figuurlijk een van de hoogtepunten van je trip. De groene kleur wordt veroorzaakt door een hoge concentratie aan lood, zwavel en calcium. Zelfs als het 20º onder nul is, bevriest het meer nog niet: de mineralen in het water en de altijd waaiende wind houden het ijsvrij.

Zeker zo mooi maar dan wit is het in Laguna Blanca, waar de bergen haarscherp weerspiegelen in het water. Ook is dit het knooppunt met Chili, als je doorreist zet de jeep je hier af.
In 30 graden warm water op 4200 meter hoogte
Nog voor de lunch ga je al weer terug naar Laguna Colorada. Je luncht aan de oevers van het meer, met uitzicht op de flamingo's en ziet dit keer het meer van de andere kant. De laatste uurtjes van de toer reis je via de Rotsen van Salvador Dali en de Valle de Rocas. Misschien kom je ook Vizcachas tegen, een soort Andes- konijnen. Tegen het einde van de middag doemt Uyuni op, maar eerst bezoek je als laatste het treinenkerkhof. Tegen 18:00 uur bereik je het eindpunt van de toer.

Wegens wisselende (weers) omstandigheden wordt nog wel eens zonder opgaaf van reden het programma naar de zoutvlakte gewijzigd. Enig begrip hiervoor en flexibiliteit, is handig.

Vanavond kun je in je hotel in Uyuni lekker bijkomen met een warme douche en een comfortabel bed voordat je de volgende dag door reist naar La Paz.

Voor de jeeptour naar de Salar de Uyuni moet je absoluut bij je hebben:

- warme kleding (fleecetrui, thermisch ondergoed, winddicht jack, handschoenen, dikke sokken) En raden we je aan mee te nemen:
- huid en lippen crème - zwemspullen 
- waterfles  - slaapzak (eventueel te huur)
- goede zonnebril (bijvoorbeeld skibril) én petje of hoed  - goede, hoge wandelschoenen
- zonnebrand - toiletpapier en opfrisdoekjes
  - snacks

Dag 12 Uyuni - La Paz

Vandaag heb je de tijd aan je zelf. Zo kun je lekker uitslapen, mailtjes sturen en de indrukken verwerken voordat je 's avonds op de nachtbus stapt naar La Paz. Het is behoorlijk koud 's nachts en de bus heeft geen ligstoelen, het is dus echt nog even afzien. Neem een extra warme trui, een kussentje of zo en wat snacks voor onderweg mee.
Andes konijn, geen koukleum

Dag 13 La Paz

Wanneer je met de nachtbus rond 20:00 uur uit Uyuni vertrekt, kom je 's morgens om 06:30 uur aan in La Paz. Vertrek je rond 23:30 uur dan kom je de volgende morgen om 10:00 uur aan. De stad ligt op 4000 meter hoogte in een steile kloof omgeven door besneeuwde Andestoppen die de stad beschutten tegen de Altiplano-wind. Het zonnige klimaat in de stad, de bolhoedjes in de straat, de koloniale kerkjes en de kleurrijke indianenmarkten zijn helemaal Bolivia. Bij aankomst op het busstation wordt je opgewacht en naar je hotel gebracht.
Je verblijft in een koloniale hosteria in het centrum, op loopafstand van de Heksenmarkt en de centrale San Francisco kathedraal. De kamers hebben een badkamer, telefoon en verwarming en zijn leuk aangekleed met extra warme dekens op de bedden. De meeste kamers komen uit op een ruime binnenplaats met zitbankjes. In het restaurant worden naast het stevige ontbijt ook de nodige kopjes coca-thee geschonken. Bij de receptie kun je waardevolle spullen in bewaring geven of kleren afgeven om te laten wassen. Internet en een pinautomaat zijn vlakbij. De receptie geeft tips over leuke wandelroutes in de stad. Het centrum van La Paz is vrij compact maar het heeft weinig zin om op een plattegrond te kijken. Op de kaart zie je ook niet hoe steil de straatjes zijn en dus weet je niet hoe lang iets lopen is...

Dag 14 La Paz, vrij verblijf

Tijdens een wandeling door de stad doe je het beste een T-shirt en trui aan én neem je nog een extra trui of jas mee. De zon is fel, maar zodra er een wolk voorschuift lijkt de temperatuur meteen vijf graden te dalen. La Paz heeft veel musea waaronder het interessante coca-museum, pleinen waar je de bolhoedjes en hoepeljurken kunt gadeslaan en ook veel straatmarkten. Eentje die je niet mag overslaan de heksenmarkt waar naast de gebreide mutsen met lamamotief, truien van lamawol, lamakleedjes en andere souvenirs ook lamafoetussen en andere bizarre bijgeloofattributen worden verkocht.
In de directe omgeving van La Paz kun je talloze wandeltochten maken of andere excursies maken, van ontspannend tot inspannend. De ruïnes van Tiwanaku liggen op 70 km van La Paz richting het Titicacameer. Dit complex is beschreven in Kuifje en de Zonnetempel. Als je er heen wilt vandaag is dat gemakkelijker ter plaatse te regelen bij een van de vele reisbureaus in het centrum of bij de receptie van je hotel.

De Valle de la Luna, de Maanvallei, ligt min of meer in een buitenwijk van La Paz, je kunt er zelfs met een taxi heen. Het is een leuk natuurgebied om doorheen te wandelen, de naam geeft al een beetje aan hoe het eruit ziet.
De hoogste skipiste ter wereld, Chacaltaya, ligt op 5230 meter, 35 km van La Paz verwijderd. Je kan er sinds kort niet meer skiën, maar je mag er wel op. Vanaf de piste zie je aan de ene kant het Titicacameer liggen en verder heb je overal uitzicht op besneeuwde bergtoppen, waaronder de hoogste top van Bolivia, de Illimani op 6.400 meter. Over het pad van de skihut naar de top van de piste (zo'n 70 meter) en terug deden we vijftig minuten! Een kopje coca-thee bij terugkomst in de skihut zul je ongetwijfeld kunnen waarderen.
Een andere uitdaging is een downhill mountainbike rit van La Paz naar Coroico: in vier uur tijd zak je over een smalle onverharde weg tweeduizend meter naar beneden af. Je begint te fietsen in de sneeuw en eindigt tussen de palmbomen in Coroico. Kortom: één grote adrenalinestoot.

Zoals je ziet, in La Paz is veel te doen. Je kunt je reis hier uiteraard een dagje verlengen.

Dag 15 La Paz - Puno (Peru)

Je gaat op eigen gelegenheid weer naar het busstation van La Paz en reist per directe bus in vier uur naar Copacabana. Al snel nadat je La Paz uitrijdt zie je het Titicacameer liggen, totaal zo'n 175 km lang en 45 km breed. Halverwege de rit moet de bus een zijtak van het meer oversteken maar er is geen brug. De bus gaat op een soort vlot en de passagiers zelf worden in kleine bootjes naar de overkant gebracht. In Copacabana stopt de bus een uur of twee zodat je even je benen kunt strekken en kunt lunchen: aan het Titicacameer vis eten in het zonnetje onder genot van een verse papaya-shake, dat heeft wel wat! Wanneer je hier een nachtje wilt verblijven kun je dat vermelden in je aanvraag.
Na de lunchpauze stap je rond 14.00 uur weer op de bus. Al na twintig minuten kom je aan bij de grens tussen Bolivia en Peru. Bij de post van Bolivia stap je uit de bus en nadat je paspoort gestempeld is stap je, lopend over een brug Peru, in. Daar krijg je een stempel en stap je vervolgens op een Peruaanse bus over die al staat te wachten. De totale reistijd van Copacabana naar Puno inclusief grensovergang is zo'n drieëneenhalf uur.
Bij aankomst in Puno valt op dat de stad letterlijk en figuurlijk een bepaalde frisheid uitstraalt. Puno is een universiteitsstad met festivals, markten, restaurantjes en barretjes maar heeft toch ook wat weg van een groot dorp. Veel auto's zie je er niet, karren en riksja's des te meer. Je wordt bij het busstation van Puno afgezet en kunt met een riksja of brommer-taxi die hier rondrijden meteen een leuk stadsritje maken naar je knusse posada op 2 blokken lopen van het centrale plein.

Dag 16 Titicaca excursie: Puno - Uros – Amantani

Pick-up bij je hotel en transfer naar de bedrijvige haven van Puno (laat het leeuwendeel van je bagage achter bij je hotel en neem alleen je kleine rugzak mee). Rond 08:00 uur vaar je met je medereizigers het Titicacameer op. Smeer je goed in met zonnebrand (als je wel eens geskied hebt weet je hoe het is: de felle zon en een schrale wind). De boot gaat niet snel, maar je moet wel een zwemvest om (nou ja, zolang je nog in het zicht van de haven bent). Installeer je op het dek mét handschoenen en een muts of petje en geniet van het uitzicht.
Eén van de legendes over het Titicacameer is dat Atlantis, de bron van onze beschaving, zich hier bevonden moet hebben. Wanneer je zelf op het meer vaart en de bergen en lucht gespiegeld ziet in het diepblauwe water, zul je je dat misschien best kunnen voorstellen. Na een uur varen komt de boot aan bij de drijvende eilanden van Uros en ga je van boord. De eilanden zijn uniek omdat de ondergrond volledig bestaat uit riet (totara-riet), dat uiteraard langzaam weg rot. Daarom wordt er steeds een nieuwe laag riet bovenop gelegd. Ook huizen, boten, uitkijktorens, het schooltje, ja zo'n beetje alles is van riet gemaakt. Je kunt een stukje varen op een rieten vlot, aangeduwd door een man met een lange stok.
Dan vaar je verder naar het eiland Amantani, waar je overnacht. Je wordt volgens een rechtvaardig systeem ingedeeld bij een familie. De opbrengsten gaan in één pot en komen ten goede aan de ontwikkeling van het eiland, bijvoorbeeld aan schoolspullen, of landbouwwerktuigen. Meestal slaap je in een huisje van klei en ligt er op de bedden een matras van stro met een paar warme dekens. Terwijl de zon langzaam ondergaat maak je een wandeling over het eiland met een gids. Op de top van een heuvel ligt een kleine Inca offerplaats waarvandaan je ook een mooi uitzicht hebt. Neem voor je gastfamilie wat cadeautjes mee, bv. zeep, kleurpotloden en papier of tandenborstel met tandpasta.

Dag 17 Amantani - Taquile – Puno

Na het ontbijt neem je afscheid van je gastfamilie en daal je af naar de steiger. Om 08:00 uur vertrekt de boot. Onderweg heb je uitzicht over het Titicacameer met de opklimmende zon. Na 1 uur varen kom je aan op Taquile en loop je nog drie kwartier steil naar boven naar het dorpsplein. Taquile heeft, net als Amantani, geen wegen en auto's. Iedere dag worden uit Puno voorraden aangeleverd. Het eiland is een stuk steiler dan Amantani en de eilanders dragen vaak loodzware pakken en balen omhoog over honderden trappen. Word je, zoals wij, bij het zien daarvan al moe, ga dan op het dorpsplein zitten met een kopje muña thee. Het plein wordt niet alleen gebruikt als ontmoetingsplek voor de lokale bevolking maar ook als voetbalveld en openbare vergaderzaal. De bevolking kijkt je bijna net zo nieuwsgierig aan als jij hen terwijl je hun kleurrijke klederdracht en merkwaardige breitradities observeert. Laat in de ochtend wandel je tussen de akkertjes door naar een mooie Incaruïne en aan de andere kant van het eiland wacht de lunch van vis uit het meer.
Terwijl de zon langzaam ondergaat vaar je van Taquile in drie uur weer terug naar Puno. Je wordt afgezet bij je hotel. Voordat je 's avonds weer slapen kunt in een goed bed zou je 'Pollo a la Plancha' kunnen proberen, dé kipspecialiteit van Puno.
We adviseren je mee te nemen in je (dag-) rugzak (de rest van je bagage kun je achterlaten bij je hotel in Puno):

• Warme trui /fleece • Goede wandelschoenen • Extra handdoek
• Zonnebrandcrème • Winddicht jack • Kleine snacks
• Zonnebril • Zaklamp • evt. kleine cadeautjes
• Hoed, muts of pet • Waterfles • Toiletpapier
  • Lakenzak  


 

 

 

Dag 18 Puno – Cusco

Na een goede nachtrust en uitgebreid ontbijt ga je op eigen gelegenheid (met de riksja als het er nog niet van gekomen is?) naar het busstation. Er zijn verschillende manieren om van Puno naar Cusco te reizen, wij boeken je op de comfortabele expresbus die er ongeveer zes uur over doet. (de prijziger 'toeristenbus' doet er langer over vanwege de stops onderweg bij kraampjes waar men je van alles wil verkopen en op maandag, woensdag, donderdag en zaterdagochtend is er ook een trein. Deze valt regelmatig uit als er niet genoeg reserveringen zijn en doet er vier uur langer over dan de expresbus).
Wanneer je om 09:00 uur vertrekt ben je om 15:00 uur in Cusco. Je komt dan bij daglicht de stad binnen en kunt op eigen gelegenheid naar je accommodatie voor de komende nachten.
landschap onderweg van Puno naar Cusco
Je hotel (posada) ligt midden in de kunstenaarswijk San Blas, ongeveer vijf minuten per taxi heuvelopwaarts van de centrale Plaza de Armas, door de smalle straatjes. De posada is een knusse 3-sterren accommodatie met tuin, patio en een gezellige ontbijtruimte. We hebben het vooral uitgekozen op sfeer. Je kamer is netjes en modern en heeft uiteraard een eigen badkamer met douche en toilet.
De bezienswaardigheden van Cusco en de "place to be" Plaza de Armas liggen op ongeveer tien minuten lopen, downhill. Ga je terug, neem dan voor een euro gewoon één van de overal aanwezige taxi's. Schaam je niet: de stad ligt toch nog op 3300 meter!

Dag 19 Cusco, vrij verblijf

Het leuke van San Blas zelf is dat het nog wat meer een woonwijk en minder een toeristenwijk is. In de smalle straatjes, waar net een Daewoo taxi doorheen kan, heb je van verkeerslawaai geen last. Je komt er al lopend verrassende doorkijkjes tegen, cafeetjes en traditionele restaurants. Hét draaipunt van Cusco is de Plaza de Armas, een van de mooiste pleinen van Peru. In de straatjes erom heen kun je prima winkelen en bars en restaurantjes zijn er volop.

Dag 20 Cusco - Winay Wayna: de Inca Trail

's Morgens geef je de bagage die je de komende vier dagen niet nodig hebt af bij de receptie van je posada. Je wordt naar het treinstation van Cusco gebracht en om ongeveer 07:30 uur vertrekt je trein. Al bijna meteen maak je kennis met een bijzondere "schakelmanier" (de trein rijdt een aantal keren een stuk voor en achteruit) om de steile bergwand te overwinnen, iets wat je in Nederland niet zult meemaken. Zodra je Cusco uit bent rijdt de trein door de bergen, dus hij gaat nooit echt hard. Net na 11:00 uur kom je aan bij "kilometerpaal 104": het startpunt van de tweedaagse Inca-trekking, de 'Camino Real'. Je gids zorgt ervoor dat iedereen al klaarstaat bij de deur tegen de tijd dat de trein tot stilstand komt want de trein stopt maar een minuutje.
Na een briefing van je gids gaat de 2-daagse trekking naar Machu Picchu van start. Je start op ongeveer 2300 meter hoogte met een loopbrug over de Urubamba rivier. Het pad is voor een 'beginnende bergwandelaar' goed te doen en je loopt vandaag ongeveer vier uur. Je loopt langzaam omhoog over de vroegere handelsroute van Cusco naar Machu Picchu. Onderweg passeer je kleine ruïnes die ooit dienden als rustplaats. Rond het middaguur wordt er gepicknickt in het gras. De vergezichten over het Andes gebergte doen je beseffen waarom de Incastad pas in 1911 bij toeval ontdekt werd: je voelt je behoorlijk nietig tussen de besneeuwde bergtoppen om je heen.
Na de lunch leidt de gids je rond bij de Incaruïne Winay Wayna en dan loop je de laatste paar kilometer tot de 'Zonnepoort' Inti Puncu. Op deze plek heb je een magisch uitzicht over Machu Picchu: in het echt is het toch veel mooier dan op alle foto's die je er ooit van gezien hebt. Vervolgens is het nog ruim een uur wandelen voordat je daadwerkelijk in Machu Picchu aankomt. De zon staat al wat lager aan de hemel en dit is geen moment waarop de gids je allerlei wetenswaardigheden zal vertellen. Hij zal eerder op de achtergrond blijven en iedereen de eerste indrukken van het uitzicht voor zich laten verwerken. Na een tijdje ga je naar de ingang van de ruïne, waar de bus klaarstaat om je naar Aguas Calientes te vervoeren. Na de intensieve dag vandaag in de bergen plof je in een lekker zacht bed van een kleine posada in het centrum van het dorp.

Dag 21 Winay Wayna - Machu Picchu – Ollantaytambo

Voor dag en dauw sta je op om de laatste paar kilometer te lopen tot de 'Zonnepoort' Inti Puncu. De naam geeft al aan dat deze plek speciaal is: je hebt er een heel mooi uitzicht over Machu Picchu als de zon op komt: in het echt nog mooier dan de foto's die je er misschien van gezien hebt.
Na dit uitzichtpunt is het nog ruim een uur lopen voordat je daadwerkelijk in Machu Picchu bent. Je geeft je rugzak bij de ingang in bewaring en je gids begin een 2 uur durend rondleiding door en langs de ruïnes.
Lopend tussen de overblijfselen krijg je een goed idee hoe bedrijvig deze stad moet zijn geweest. De landbouwterrassen, tempels, boerenhuizen en opmerkelijke bouwstructuren die gebruikt werden laten zien hoe ontwikkeld de Inca's toen al waren. Toch is er veel onduidelijkheid over de oorsprong, functie en de ondergang van Machu Picchu. Nog steeds hebben wetenschappers en archeologen uiteenlopende theorieën over het Incarijk. Geen enkele ervan is ooit bewezen.
Wat er zich hier precies afgespeeld heeft en waardoor de stad tot een verlaten ruïne is geworden zal dan ook altijd wel een raadsel blijven. Wel is het zeker dat de Spanjaarden deze stad nooit hebben gevonden en dat pas in 1911 een archeoloog (Hiram Bingham) er bij toeval op stuitte.
Na de rondleiding heb je tijd om zelf te dwalen tussen de basaltmuren. Dan haal je bij de ingang je rugzak op en staan bussen klaar die je naar het dichtbijgelegen dorp Aguas Calientes rijden.
Iedereen die Machu Picchu bezoekt komt in dit toeristische dorpje. Het is er gezellig, maar je bent er dus niet alleen. Langs de treinrails staan souvenirstalletjes en je kunt hier nog wat rondkijken en een hapje eten voordat je om ongeveer half vier op de trein stapt richting Cusco.
De trein stopt rond half zes even in Ollantaytambo. De meeste reizigers blijven zitten, maar dit typisch Peruaanse dorpje is jouw eindpunt voor vandaag. Ollantaytambo ligt in de Sacred Valley tussen Aguas Calientes en Pisac. Er liggen talloze Inca heiligdommen, vandaar de naam van deze vallei. Veel reizigers werpen een snelle blik op het fort in Ollantaytambo en gaan meteen weer door. Ze hebben ongelijk, de rustige sfeer is juist de charme van dit plaatsje en het is leuk hier een nachtje te blijven.
Vanaf het stationnetje loop je in tien minuten over een rechte weg naar het dorpje. Aan de weg ligt de posada met bloementuin en hangmatten waar je vannacht slaapt. De eigenaresse, Doña Julia, maakt graag een sauna voor je klaar met eucalyptusgeuren.
Dorpshotel in Ollantaytambo

Dag 22 Ollantaytambo – Urubamba

's Morgens vroeg heb je vanaf het Incafort van Ollantaytambo een grandioos uitzicht over het langzaam ontwakende dorpje, de omliggende bergen en de landbouwterrassen. Het fort hier is de enige vesting van de Inca's die de Spanjaarden in eerste instantie niet konden veroveren doordat ze vanaf de terrassen doorzeefd werden met pijlen. Nadat je het fort bezocht hebt kun je in het dorp de binnenplaatsjes gaan bekijken. De indeling die de Inca's maakten is bewaard gebleven: het dorp is verdeeld in woonblokken en ieder blok heeft een ingangspoort naar een sfeervolle binnenplaats waar rondom de woningen liggen.
Ollantaytambo ligt in een mooie vallei omringd door bergen en uit de wind. De zon schijnt er vaak volop en het is heel vruchtbaar en groen.
Een leuke manier om naast de ruines ook dorp en omgeving te zien is per paard. De hotelreceptie kan voor zo'n 20 Peruaanse sol pp (± US$ 7,-) de paarden voor zo'n twee uur voor je regelen (bijvoorbeeld van 11:00 uur tot 13:00 uur). Ze zijn mak en weten goed de weg, dus ook al heb je nooit op een paardenrug gezeten, geen probleem. Watervalletjes, spelende honden, lama's en zoals wij, een sportdagoptocht, je komt onderweg van alles tegen.
In de loop van de middag (of eerder als je geen paardrit doet) vertrek je naar Urubamba. Het vervoer regel je zelf: op het pleintje van Ollantaytambo staan ‘collectivo's’: dit zijn minibusjes die vertrekken zodra er genoeg mensen zijn. Het is een leuke manier om met de lokale bevolking in contact te komen. De weg loopt grotendeels langs de Urubamba rivier en aan de rechterkant kun je een glimp opvangen van de zoutpannen van Las Salinas. De rit kost 1 sol en duurt 20 minuten.
Bij aankomst op het busstation van Urubamba neem je het beste even een taxi (± US$ 1,5 voor 5 minuten rijden) naar je overnachtingplaats:
een gerenoveerd klooster. Het stamt uit de zestiende eeuw en ligt een stukje van de hoofdweg af, aan de rand van het dorp. Eromheen liggen besneeuwde bergtoppen. Sinds een paar jaar kun je er overnachten in een van de koloniale kamers (douche/toilet, t.tv, airco), iets wat we je niet willen onthouden.
Het klooster heeft een kapelletje, knusse binnenplaatsjes en een echte klokkentoren (die niet gebruikt wordt, dus je wordt niet je bed uit geklingeld). De eetruimte heeft een gezellige open haard. In restaurant Los Geranios in het dorp zelf kun je een lokale specialiteit proberen: Rocoto Relleno is een met gehakt en groenten gevulde paprika.

Dag 23 Urubamba - (Pisac) – Cusco

Urubamba is een goede uitvalsbasis voor sportieve activiteiten in de Sacred Valley.
(Je kunt natuurlijk ook in de buurt van je kloosterhotel blijven en rustig aan doen want je hebt tot het eind van de dag). Ook vandaag regel je, aan het eind van de dag, het vervoer, naar Cusco, zelf (heel gemakkelijk, je krijgt van ons informatie).
Veel reizigers maken een fiets- of rafttrip vanuit Urubamba voor ze naar Cusco afreizen. Maar je kunt ook eerder weg gaan en eerst Pisac (dat op de route naar Cusco ligt), aandoen. Met een collectivo of lokale bus is het ca. 1 uur rijden. De ruïnes van Pisac, vlakbij het dorp, bijna net zo mooi als Machu Picchu ( en op niet-marktdagen een stuk rustiger), zijn gemakkelijk te bezoeken. Op dinsdag, donderdag en zondag wordt in Pisac een grote markt gehouden met tientallen kraampjes vol kleden, keramiek, sieraden en andere snuisterijen. (op andere dagen is er een kleinere markt).
Tot 18.00 uur vertrekken er van Urubamba nog lokale bussen en collectivo's via Chincheros naar Cusco. Ze doen er 1 uur en 20 minuten over. Je bent dan net na donker in Cusco waar je zelf een taxi naar je hotel in de wijk San Blas neemt.
We adviseren je mee te nemen op deze vierdaagse trip (de rest van je bagage kun je achterlaten bij je hotel in Cusco):

• Warme trui /fleece • Winddicht jack • Lakenzak of slaapzak
• Zonnebril • Zaklamp • Extra handdoek
• Hoed, muts of pet • verrekijker • Snacks
• Goede wandelschoenen • Waterfles • evt. kleine cadeautjes
  • Toiletpapier  

Dag 24 Cusco, vrij verblijf

In het centrum van Cusco gonst het 24 uur per dag van de activiteiten, je zult je zeker niet vervelen. Maar misschien ga je liever wandelen in de achteraf straatjes van San Blas of rustig in een hangmat in je posada dat typische Latino mañana-gevoel oefenen...

Dag 25 Cusco - Lima – Amsterdam

In de loop van de ochtend kun je op eigen gelegenheid naar de luchthaven van Cusco. Zorg dat je op tijd bent. In een uur vlieg je naar Lima, waar je doorgaans een behoorlijke wachttijd hebt voordat je vlucht naar Nederland vertrekt.

Is dit het geval, dan kunnen we een laatste dag toer voor je regelen. Meld dit op je boekingsformulier; we halen je dan bij de luchthaven van Lima op en brengen je naar de leukste kunstnijverheidmarkt van de stad. Je kunt er rondstruinen tussen de keramieke potjes en schalen, felgekleurde kleden, koelkastmagneten en lamapantoffels. Je deelt de rest van de dag zelf in en je wordt weer opgehaald bij Larcomar, een groot, modern winkelcentrum direct aan het strand van Lima: dé plek om met een Pisco sour in de hand nog één keer een prachtige zonsondergang in Peru mee te maken.

Dag 26

Aankomst op Schiphol.

Naar het aanvraagformulier
Naar het boekingsformulier
Terug naar het rondreizenoverzicht